over        index        theorie        webshop

De Droom Files (overzicht)

Alle Dromen   [english]

Oude en nieuwe dromen; zich herhalende dromen; eenzame dromen; geile dromen (waarvan ik nu nog niet weet of ik die durf te schrijven...), voorspellende (?) dromen: de realiteit vind ik al absurd, hoe moet dat dan wel niet in mijn dromenland zijn? U leest het hier (als ú durft).

Om het wat makkelijker te maken om te volgen, zet ik nieuw toegevoegde items zowel bovenaan de lijst in roze (tijdelijk), als ook op chronologische volgorde in blauw (permanent).

Waarschuwing: denkt u zich te herkennen, en voelt u zich onheus geportretteerd door de Dromer? Of wilt u juist dat ik over u droom, en niet over die blonde van nummer 8752309? Don't blame the Dreamer! Ik heb er ook niet om gevraagd om zomaar opeens sex met u te hebben, terwijl ik dat IRL nooit en te nimmer zou willen, of als ik dat wel wilde en waarom dan nu niet, ik ga daar toch ook niet over.

Tip: lees Over uw privacy op deze website, en hoe u contact kunt opnemen.

[klik op een kopje om het open / dicht te klappen; als je de pagina ververst, worden alle al geopende Dromen gesloten]

Wat er precies aan voorafging, weet ik niet meer, maar om de één of andere vage reden had ik een grote verpakking, van een materiaal dat leek op een chipszak, maar dan heel veel groter, met aan de buitenkant paashaasjes afgebeeld, opengeknipt, zodat het formaat deken werd, en die sloeg ik om me heen, en ging daarmee buiten rondrennen, als grap. Helaas was er geen publiek, dus toen liep ik terug, en daar was een stel, ik liep mee naar hun huis terwijl we in gesprek waren. De man leek eerst op Techneut, maar veranderde daarna in één van mijn male Mastodon mutuals. Hij liet een scheet, en ik moest er ook één laten, maar deed mijn best het in te houden, we maakten grapjes daarover, ik zei: "P.O.E.P.tjes" en hij moest heel erg lachen, en zei me na.

De vrouw bood aan, dat haar man mij thuis zou brengen met de auto, maar ik vond het wel een mooie nacht en sloeg het aanbod af; ik ging liever lopen, het was niet ver. Was het eerst gewoon een huis met een tuin, toen ik wegliep was het opeens een ingewikkeld flatgebouw. Er was een soort galerij in meerdere delen, maar toen ik daar heen liep, kon ik daar niet verder, want daar was de Oosterschelde (...). Dus liep ik een stuk terug, daar was het trappenhuis en de lift. Ik besloot de trap naar beneden te nemen, liften ben ik niet heel erg dol op.
Maar toen ik de afdaling begon, bleek al snel, dat de trappen steeds vreemder (en enger) werden. Ze bleken ook héél erg hoog te wonen, dus nog vele trappen te gaan. Ik probeerde door te zetten, maar kwam op zeker moment bij een trap, waar je eerst weer een klein trapje op moest, en dan over een stang op een soort grote weegschaal moest stappen, waarmee je dan - dmv een touw dat je stevig in bedwang moest houden - naar beneden kon een stuk. Er liep nog een jong stel, man en vrouw, die klommen er op. De man die wat groter was, nam het touw vast, en ze boden me aan om tegelijkertijd met hun te gaan, en dat ik niet via het trapje hoefde, maar er zó op kon stappen. Heel aardig, maar ik was bang dat er nog ingewikkelder dingen op trappengebied zouden zijn daarna, dus ik sloeg het af en ging op zoek naar de lift. Het bleek dat ik dan weer een aantal trappen omhoog moest eerst.
Gelukkig werd ik toen wakker.

Een nieuw huis, er waren meer mensen aanwezig, waaronder Arie. Er moesten nog diverse meubels verplaatst, maar Arie had allerlei spulletjes overal los neergezet, ik zei dat hij dat echt moest opruimen, anders konden de meubels niet verplaatst, en er zouden mensen komen eten de volgende dag, dus moest ik dan 's ochtends al kunnen regelen.

Arie ruimde de dingetjes op, en opeens waren de meubels allemaal verplaatst. Mijn zus was er, had die dat gedaan? Ik wilde de eettafel liever op een andere plek, aan de galerijkant waar ook de keuken was, want daar had je een geweldig uitzicht.

Na een tijdje, ik was in de keuken, die opeens doorliep in een lange brede 'keuken'gang, met een deel dat afgesloten kon worden, stond mijn vriend (een jongeman met kort donker haar, hij deed me in eerste instantie, qua uiterlijk, denken aan verschillende mannen) te praten met een vriend van Arie, en al snel ging hij over op een soort mannen-onder-elkaar-toon, en hij sloot de deur, zodat ik het niet zou horen! Nou ja, zeg!
Ik hoorde het toch: "Ik wil gewoon een vrouw met een grote smoel, zodat het lekker... je snapt me toch..." en ze lachten.
Ik vond het een abominabele, ranzige opmerking, ook omdat ik zoiets dan meteen voor me zie en gatverdemme zeg. Ik vroeg me af, of ik nog wel met hem wilde zijn.
Toen werd ik wakker van vreemde geluidjes.

Een grote ruimte, zoiets als een voormalig klaslokaal of kantoorruimte, dat in gebruik genomen was voor bewoning, zoals in bijvoorbeeld een kraakpand. Alles was in die ene ruimte: keukenblok, zitdeel, tafel, en mijn éénpersoonsbed, inclusief de paarse deken die ik er vaak overheen heb. Die stond met het hoofdeinde tegen de muur, en stak daardoor een beetje raar de ruimte in. Ik vond het er in ieder geval raar uitzien, en ik probeerde te bedenken hoe dat beter kon. Aan de andere kant van de kamer stond in een hoek een lage tafel, als ik het bed dan daarnaast zette, had ik meteen een handige plek voor spullen naast mijn bed; boeken en zo. Maar ook dan zou het raar de kamer in steken, dus neen.

Er waren nog andere mensen, waren ze op bezoek of woonden ze daar ook? Zij hadden geen bed, maar zaten op stoelen. En ik lag dus gewoon in bed. Waarom? Geen idee. De buurman was er, met zijn partner, en zei tegen haar dat ze wat minder hard moest praten. Dat werd gebakkelei over wie er nou te hard praatte. Ik bemoeide me er maar niet mee.

Daarna was ik in een iets andere ruimte, daar waren ook bedden, ik lag in bed, en een paar vrouwen ook, het was klein, het leek een soort barak met stapelbedden. Eén van de vrouwen was heel wantrouwend jegens een ander, die zei dat het allemaal een misverstand was. Het was er warm en ik kreeg het benauwd, toen werd ik wakker: door de deken was mijn bed veel te warm geworden.


Een droomsoort die ik vaak droom: busdromen, met gedoe bij haltes en busstations, tijdschema's die niet kloppen, ik die niet klop, vreemde routes, kortom: volop droompret....
Zo ook nu.
Er waren twee haltes, één in een lange, grotere straatweg, en één een eindje verderop, om de hoek in een iets kleinere straat. Ik stond bij die tweede. Ik stond er al langer dan een uur, het schema op het bord gaf aan dat er ieder uur een bus zou gaan. Toen ik aankwam, dacht ik net de bus gemist te hebben, dus er zou nu toch zo onder hand iets moeten komen. Stond ik wel bij de goede halte?

Terwijl ik me naar de andere halte haastte, zag ik op de straatweg (vanuit de richting van die halte) een rode bus even inhouden, en daarna weer snel doorstomen. Was dat mijn bus, en waarom ging die niet de hoek om? Ik rende naar de andere halte, de tijden leken niet te kloppen, of klopte ik weer niet, hoe meer ik keek hoe minder ik ervan begreep nog: hoe zat dit nou? Welke tijd hoorde bij welke halte? En als die bussen alleen even snel keken en dan weer doorreden, dan had ik beter bij de halte kunnen blijven staan. Maar dan had ie toch de hoek om moeten komen rijden? Rijd die opeens een andere route? Of is de bus van de halte om de hoek te laat? Of totaal niet komend?
Gelukkig werd ik wakker.

X en ik hadden een relatie of iets dergelijks, en we waren in België, bij familie van X, een vriendin was ook mee, ze leek erg veel op Petra T. van de lagere school. Ze deed niet echt leuk tegen me, het was alsof ze jaloers op me was.
Om werkredenen of zoiets moest ik eerder terug naar Nederland. Petra vroeg op denigrerende toon, of ik wel wist hoe dat moest, alleen naar Nederland terugreizen, zonder haar. X merkte haar flauwe gedrag ook op, en kwam voor me op, en zei dat ik dat natuurlijk wist, waarom zou ik dat niet weten? Ik zei dat ze niet zo jaloersig moest doen, en dat ik vaak alleen had gereisd, ook vanuit België naar Nederland, met de trein.

Ik was mijn tassen aan het inpakken, en moest naar de slaapkamer van X en mij om te checken of ik wel alles had ingepakt. De trap werd echter onbegrijpelijk raar, dus vroeg ik aan X of hij dat wilde doen, en zo geschiedde. Hij kwam beneden met een pot bodybutter, en toen herinnerde ik mij dat al mijn slips nog in de was van de dame des huizes lag, en X zei dat hij dat later dan wel mee terug zou nemen. We maakten grapjes over dat hij dan moest reizen met een grote tas vol damesslipjes.

Petra deed extra lief tegen X, en hij liet zich dat allemaal gewillig gelegen liggen. Het was alsof zij alvast mijn plaats innam, terwijl ik nog niet eens mijn hielen had gelicht, en ik vond het vervelend dat X het allemaal wel best vond.
Ondertussen was ik nog aan het kloten met de vele tassen, die veel te vol waren, dus haalde ik er wat dingen uit, die ook wel gebruikt konden worden als kattenspeeltjes. Takeshi (één van mijn vroegere poezen, ook wel Takkie of Kess genoemd) was daar ook, en ze zou daar blijven, en ik was verdrietig dat ik haar niet meer zou zien, maar ze was hard aan het spinnen en leek haar draai daar wel gevonden te hebben. Ze gaf me duizenden kopjes en likte mijn tranen weg en was zooooo lief en schattig.

Daarna werd ik wakker.

Kort nadat ik in bed lag, viel ik in ondiepe droom, ik was me nog bewust van de auto's die af en toe passeerden. Op zeker moment was begon mijn bed te bewegen, ik schommelde heen en weer, het hele huis leek te bewegen en ik hoorde een denderend geluid, waar het geluid van een passerende trein bij de overweg (met de alarmbellen aan) duidelijk doorheen kwam.
Logisch, als je bij een spoorwegovergang woont natuurlijk, dacht ik.
Tot ik wakkerder werd en dacht: Maar ik woon helemaal niet bij een spoorwegovergang! Wtf was dat lawaai?
We zullen het helaas nooit weten.

Er werd gestommeld en gebonkt, het was een bouwvakker die iets aan het blijkbaar defecte toilet kwam doen. Na weer veel gestommel ging hij weg. Dat was vrij snel, dus ik ging kijken wat hij gedaan had. Tot mijn schrik had hij de hele wc-unit uit elkaar gehaald; het stond wel allemaal netjes op een rijtje, het kamertje was opeens heel erg breed.
Maar waarom was hij weggegaan? Moest hij misschien wat onderdelen kopen?
En: hoe moest ik nu naar de wc?
Weer hoorde ik gestommel en gebonk, was het op de voordeur? Ik opende de voordeur (klopte het dat de klink aan de andere kant zat opeens?), het was donker buiten en er stonden twee mannen. Ze zeiden iets compleet onverstaanbaars, dus ik vroeg wat ze zeiden maar het bleef onverstaanbaar en vreemd gebrabbel. Toen realiseerde ik me, dat dit niet echt was, maar een droom.
Want, de deurklink zat aan de andere kant, het was donker terwijl het al half acht 's ochtends was.

De mannen hadden opeens wit verband om hun hoofden, nogal slordig verbonden, hier en daar bungelde een losse lap.
Ik riep uit:
"Dit is allemaal niet echt, jullie zijn niet echt! Kijk maar, ik kan nu alles doen wat ik wil, het is toch niet echt. Ik kan gekke dansjes doen (ik deed een gek dansje) en who cares... dit is toch allemaal niet echt!"

Weer klonk er allemaal gestommel en gebonk. Nu werd ik wakker en het bleken de vuilnismannen die bezig waren aan hun ronde door de buurt. Het verklaart misschien ook wel het gebrabbel: dat ik wel hun stemmen hoorde, de intonatie misschien, maar dat ze nog te ver waren om echt te verstaan.

Er ging van alles aan vooraf, ongetwijfeld; echter, het enige dat ik nog weet, was meteen ook het engste: ik was met twee vriendinnen, en we moesten ergens een brede, stenen of misschien wel marmeren trap af. De treden werden steeds hoger, en de vriendinnen waren snel en raceten naar beneden; één van hen liet zich zelfs gewoon naar beneden vallen, en kwam zo vanzelf onderaan veilig op de pootjes terecht (en ze was niet eens een kat).
Maar ik, ik zag het gevaar al hangen, en probeerde voorzichtig te zijn - wat natuurlijk leidde tot een catastrofe, het is net zoals in mijn echte leven. Des te voorzichtiger ik ben, des te meer ik probeer rekening te houden met alles en iedereen, des te desastreuzer de gevolgen. Ik begrijp er niet veel van blijkbaar, hoe te leven, of ik ben gewoon niet geschikt. En volgens mijn dromen de anderen wel, want die komen allemaal veilig beneden.

Terwijl de treden hoger en hoger werden, werden het ook meteen steeds meer losse delen, die ook begonnen te rijzen, en zo zat ik al snel vast in een woud van allerlei kleuren marmeren en stenen hoge torens van zeg 1m2 in omvang, maar tientallen meters hoog. En daartussen gaapten steeds meer lege ruimtes, dus één misstap en het was met me gedaan. En dat voor een duizelige, dat is niet echt handig.

De vriendinnen spoorden me aan, om 'gewoon' naar de andere torens verder te springen, maar ik zag niet hoe ik dat nog zou kunnen doen. Veel torens kregen inmiddels ook decoratieve bollen, spitsen, pieken en wat al niet meer, zodat er ook niet meer op te staan was - laat staan er op springen.
Dus daar stond ik dan: moederziel alleen tussen alle hoger groeiende torens, ik kon geen kant meer op... dus werd ik wakker. En lag nog tijden wakker daarna, waardoor ik wel een achtervolging dacht te horen: eerst een auto die veel te bizar hard reed, ik hoorde de banden af en toe over de klinkers van de parkeerplaatsen scheuren - en kort daarop een andere auto, die iets voorzichtiger leek te zijn. Leek mij wel, dacht ik: die gaat het ook niet redden.

Ja hoor. Ik schreef het al, en inderdaad, droomde ik vannacht opeens over Z. De 1e droom weet ik niet goed meer, ik werd wakker en dacht wtf waarom droom ik dit? Ik weet alleen nog, dat ik hem niet vertrouwde, dat ik steeds dacht: waarom doet hij opeens zo lief?
Toen viel ik weer in slaap, en droomde wéér over hem. Hij kwam me thuis (?) ophalen, we gingen naar een winkelcentrum (waarom droom ik ook steeds over winkelcentra?) en hij was heel liefdevol en leuk en mijn vertrouwen werd groter. We zoenden een beetje, en liepen hand in hand. Ik vroeg hem hoe hij opeens zo anders tegen me deed, en hij vertelde dat Mirakka (sic) mijn stukken had gelezen en uit mijn woordkeuze kon opmaken dat ik eerlijk was, en dat hij me vertrouwde.

Alles was gewoon weer goed en fijn en leuk, we praatten over van alles, en gingen op zoek naar bier. Nergens te vinden, behalve dan op één plek maar dat zat achter een slot, en dat ging pas om 18:00 uur open, het was 17:00 uur. Z. bood aan dan op de fiets ergens anders bier te halen, maar zei dat hij maar 10 euro had nog, want hij moest nog naar Dkmntl en Lowlands. We liepen door een soort V&D, met verschillende afdelingen, een kledingzaak, ik vond een poppetje en spelde dat op een trui, en pakte hier en daar dingen van de ene afdeling die ik dan op of bij een heel ander item plaatste.

We knuffelden elkaar, hielden elkaar steeds weer stevig vast, hij begroef zijn hoofd tegen mijn lichaam en ik streelde zijn wang, zijn nek, troostte hem, leek het.

Nu ben ik wakker en denk: tja, het was te verwachten dat ik wel weer eens over hen zou dromen. Maar dit? Ik vind het raar, ik weet niet waarom, ik wil dit helemaal niet dromen. En waarschijnlijk zou ik het beter ook niet opschrijven, maar dat zou eigenlijk ook raar zijn, want waarom niet? Is het erg om dit te dromen? Ik ben een beetje bang dat mensen denken dat ik dit verzin, maar dat is niet zo. Wat zou ik daar in godesnaam mee opschieten? Waarschijnlijk werkt het eerder tegen me, dan voor me. Een tijdje terug had ik al eens een soortgelijke droom, die ik expres vergeten ben - heb het niet eens ergens opgeschreven voor mezelf ook. Maar moet ik dan overal mijn mond over gaan houden? Dat slaat ook nergens op, dan heb ik een site waar ik over mijn leven vertel, en dan zou ik belangrijke dingen gaan weglaten?
Zucht.

In een enorm groot overdekt winkelcentrum lagen ontelbaar veel vuilniszakken, tassen, plastic tassen met kleding. Mijn kleding. Ik weet niet waarom het daar lag, het begin van de droom ben ik vergeten. Ik weet nog wel dat ik bezig was het allemaal op te ruimen, zodat ik het naar huis kon brengen.
Een paar mensen probeerden te helpen, door stapeltjes te maken maar ik zei ze dat dat niet zinvol was, omdat de vuile was en de schone door elkaar heen lagen, en dat ik de enige was die het verschil wist, en dat ik het niet bij elkaar wilde hebben.

Er was een zekere tijdsdruk, misschien omdat de mall ging sluiten? Ik stopte van alles in vuilnisbakken en achter borden, zodat ik het later kon ophalen. Toen kwam vroegere kennis L, ze bood aan een busje te huren, zodat alles in 1x mee kon. Daar was ik blij mee, evengoed moesten we nog een enorme hoeveelheid proberen mee te krijgen.

Misschien komt het doordat in werkelijkheid mijn kleding - veel oude dingen die ik bewaar om nieuwe dingen mee te maken - ook in allerlei tassen en zakken zit gepropt, en ik eerst de kastplanken moest maken en schilderen en en en tapijten en inrichten en dat is nog niet klaar en de zakken liggen nu al weken weg te rotten tot mijn ergernis. Maar het komt goed, uiteindelijk. Gelukkig is het een stuk minder dan in de droom, en is er geen busje meer nodig om het naar huis te brengen, thank god.

Ergens in een huis, met een gang, daar stond mijn bed, het was er heel licht, en ik kon niet meer slapen, *dus* wilde ik masturberen. Maar iedere keer dat het net prettig werd, kwam er iemand langs. Djeeezus, dacht ik, wat is dit voor huis!? Wat doen al die mensen hier!? Waarom storen ze mij de hele tijd!?
Onbevredigd werd ik wakker.

Verhuizen droom ik vaak over, ook in niet-verhuisperiodes. In deze droom ging ik op kamers, en in het huis bleken allemaal leuke mensen te wonen. Het was een nogal kraakpandachtig pand, waardoor ik nu twijfel of ik niet gewoon in een kraakpand ging wonen (ik droom namelijk ook heel vaak over in kraakpanden wonen). Ik zwierf er wat rond en ontdekte vreemde dingen, bijvoorbeeld een enorm grote kelder waarin een volledig met mozaïek bedekt skateboard parcours was aangelegd. Het was huge.
Ik had een blauw plastic bakje, waarin ik mijn sleutel bewaarde, maar ik raakte het kwijt en moest daarnaar op zoek, dus moest verder op onderzoek uit in het pand. Er was een trap waar mensen op zaten te borrelen en te praten, heel gezellig, ik ging omhoog maar toen ik terug wilde, waren de treden opeens heel ver uit elkaar en open en dus moest ik met hulp van die mensen eraf. Sommigen vonden mij daardoor belachelijk, anderen waren behulpzaam.

Ik had allerlei conversaties, soms met heel warrige mensen, of ik kwam in een therapiesessie terecht van een jonge vrouw, die over vroeger misbruik praatte.
Buiten werd er gedemonstreerd, ik ben vergeten tegen of voor wat het was, maar de politie werd al snel erg gewelddadig en dreef mensen in het nauw; ze kwamen klem te zitten tegen onze beneden-erker (één van de vele, het leek of het pand steeds groter werd), dus gingen wij binnen allemaal naar een hogere etage, bang dat de oude gevel of de ramen zouden bezwijken.

Boven was een grote lege kantoorruimte, met van die aansluitingen voor cubicles nog in de vloer verspreid over de ruimte.
Het was een lange en complexe droom, veel weet ik helaas niet meer, vooral de conversaties had ik graag onthouden, maar dat is denk ik ondoenbaar, zo lang en intens en gedetailleerd was het.

Ik moest heel nodig naar de wc, om mij onduidelijke redenen was er ook een optie om buiten naar de wc te gaan, dat zou sneller zijn?
Toen ik buiten kwam, en de hoek omging, zag ik al een kleine rij voor het toilet staan. Mensen in pyama, sommigen op sloffen, anderen met laarzen, een enkeling droeg een kamerjas.
Toen werd ik wakker om naar de wc te gaan.

Ik ging een documentaire maken over een man, waarvan gezegd werd dat hij op de berg leefde. Het was niet echt een hoge berg, het was meer een duin, denk ik. Ik mocht een dagje met hem meelopen. Letterlijk, want zijn enige bezigheid was overleven op de berg, en dat deed hij door allerlei ingenieuze dingen te bedenken om zelfvoorzienend te zijn. Hij had meerdere kampementen opgezet op de berg, en de godganse dag was hij bezig om van kampement naar kampement te lopen, daar dan wat klusjes te doen, en dan weer door naar het volgende, dag in, dag uit. In ieder kampement kon hij ook slapen, dus dat was goed geregeld.

Het was een jongeman, beetje sullig lang type, kort donker krullend haar. Toen we nog maar net aan het lopen waren, door dicht struikgewas, wees hij me op de gevaren van de berg. Berenklauw bijvoorbeeld, en hield heel vriendelijk met zijn blote handen een groot exemplaar aan de kant, zodat ik voorzichtig over de kleinere exemplaren heen kon stappen, zo goed en zo kwaad als dat ging. Hij maande me om er thuis wat op te smeren, ik weet nu niet meer wat.

Hij brouwde zijn eigen drankjes, door allerlei gevonden dingen, afval, fruit, gras, wat al niet, gewoon echt alles wat hij vond op de berg, in grote, platte, plastic zakken te sealen met water, en dat in het struikgewas te leggen, liefst op zonnige plekken, zodat de smaken konden intrekken. Hij vertelde me dat pas ná dat ik al iets te drinken had gekregen...
Het zag er ranzig uit. Her en der lagen van die zakken. In één ontwaarde ik lege sinasdrink pakjes, wat sinaasappelschillen, wat grassen, en nog wat gekleurde snoepverpakkingen. Een ander zag er zo bizar uit: het leek wel... mensenhuid? Ik durfde er niet naar te vragen.

Er woonden natuurlijk ook andere mensen op de 'berg'. Gewoon in huizen. En als hij langskwam, zeiden ze altijd zeer vriendelijk gedag, ook al was hij een vreemde snuiter. Hij was een beetje stuurs, en niet echt geïnteresseerd in anderen. Op zeker moment moest ik naar de wc, en ging mijn droom over in een andere.

Ik was gaan werken bij een groot gokbedrijf, en dacht ik dat ik administratief werk ging doen... vergeet het maar. Ik werd door een kledingzaak naar achteren geleid, in een duisterder deel van het gebouw, kelderachtig, opslagplaats, ik weet het niet. Er waren vreemd verlichte cubicles, die los van elkaar verspreid over de ruimte stonden. En hier en daar stond stoelen, die een soort veredelde bureaustoelen waren, met allerlei apparatuur eraan vast.

Aan mij werd uitgelegd hoe de stoel werkte, en ik moest meteen daarmee beginnen.
Als je in de stoel plaatsnam, lag er in een vakje onder de stoel een headset die je op moest zetten. Dan drukte je op een knop in de rechter armleuning, en een nogal irritant geluid zwelde aan. En dan opeens, was je virtueel aanwezig in de auto van een potentiële klant.
Je zat achterin, zag het achterhoofd van de bestuurder om wie het ging, hoorde en zag alles, ook de omgeving waar die reed, mede-weggebruikers, alles. Je moest dan een geschikt moment kiezen, waarin de bestuurder het meest vatbaar zou zijn voor de spam, en dan klikte je en kreeg de bestuurder op zijn dashboard een felverlichte melding met een nummer dat hij moest bellen.

Ik was wat zenuwachtig, want ik dacht steeds: 'Wat is dan een geschikt moment? Dat is toch nooit? Er is toch nooit een geschikt moment voor spam?' en gedachten over dat ik een kutleven had, en nooit kon doen wat ik wilde, behalve dit soort kutbanen. En de vraag of ik niet beter prinicipieel tegen dit soort werk moest kiezen. Maar dan had ik geen inkomen... enzovoort tot ik in een andere droom kwam.

Ik droomde over C. De rest van de droom was veel interessanter, maar dat ben ik allemaal vergeten... Ik weet alleen nog, dat C me koesterde, en hij zat sort of naast me en hield één hand onder mijn rechterbil, ook heel koesterend - vrij bizar dat je zulke dingen kunt dromen, en kunt voelen ook daadwerkelijk dan. Het was fijn warm, met zijn andere hand streek hij mijn haar uit mijn gezicht, lief en zorgzaam.

Ik droomde over X, we woonden opeens op dezelfde plek, en ik dacht: "O jee!", maar voelde ook liefdevolle gevoelens.
Hij was een kind iets heel geduldig en lief aan het uitleggen, maar het klopte helemaal niet wat hij zei. En ik dacht: "Moet ik daar nou iets van zeggen, of niet? Dan gaat hij vast heel vervelend doen." En toen was ik intens verdrietig.

Er was ook iets met een vrouw. Ze leek op F., die me meenam naar een zwembad, heel enthousiast en ik zei:"Maar ik wil niet zwemmen, ik houd niet van zwemmen, ik kan niet zwemmen, of ja, wel maar..." en toen zag ik de zwembeweging, hoe ik die zou doen.
Heel eigenaardig: alsof ik het zag en ook uitvoerde, maar dan alleen in mijn hoofd, dus ik zwom niet echt in de droom.

Een vreemd soort gebouw, het leek van hout, een soort grote schuur? Er was allemaal gedoe, en ik wilde naar binnen maar toen ging juist iedereen naar buiten. Binnen leek een kerk, een soort buurtfeest?
Omdat er geen beginnen aan was en ik zowat onder de voet werd gelopen, draaide ik me weer om en daar stond een auto, met mensen daarin en ik dacht:"Dit is een droom, en dan gaan ze me nu vast aanrijden." Maar nee, er gebeurde niets en dus kon ik alsnog naar binnen. Een man wilde me gedag kussen, en zei:"Ik zoek je mond..." maar er werd niet gekust, want verderop in het gebouw ging ik een winkel binnen, een soort tweedehandsspullenwinkeltje, het was er volgepropt en je moest uitkijken waar je liep, en dat je tas of jas nergens aan bleef hangen. Er stond veel en er hing ook van alles, dus het was echt kruip door sluip door. Ik vroeg waar ik was, aan de vrouw die daar stond.
Ze zei iets over de rode vlekken op mijn wangen, en toen ik beter naar haar keek, zag ik dat ze hetzelfde haar had als X, en een keramieken neus droeg, en ze zei dat ze me toch had gewaarschuwd. Daarna zei ze, dat ze het over iemand anders had, maar haar neus werd toen heel lang. Ze had ook dezelfde stem als X, ze praatte net zo raar gehaast, alsof het een act was en niet echt.

Er schuifelde iemand in een deken gehuld voorbij, en toen ik de deken weghaalde, was het een tiener die op mij leek, en ik wist dat ik haar al eerder had gezien. En toen opeens een man, die zei:"Laten we het dan maar even zó doen." en toen werd ik wakker, en dacht ik dat die stemmen van buiten waren geweest.

Er was een hiphopbuurthuis waar ik wel eens kwam, en een jonge vrouw die daar werkte had een album uitgebracht en het was nogal een succes. Ze was uitgenodigd door mijn zoon, die een eigen interviewprogramma had, dat als invloedrijk gezien werd door de muziekwereld. Ze was dolblij, en belde me om langs te komen. Dus ik daarheen, en er waren wat mensen, we dronken wat en de vrouw in kwestie omhelsde me, en ze vroeg of ik mijn zoon kon vragen, dus ik belde en hij kwam ook langs. Er kwam eten, het was gezellig, maar als ik opstond om iets te pakken, dan rolden er lege bierflesjes of glazen vanonder mijn stoel vandaan door de barruimte, en ik voelde me onhandig en klunzig en alsof ik daar niet hoorde te zijn.
Dat was het, dat was de droom.

Weer onthield ik alleen een laatste stukske:
Een aardige vrouw was op bezoek, ik weet niet wie zij was, ze had op wel 10 mensen kunnen lijken, geen idee. Ik lag in bed, ook daarvan weet ik niet meer waarom. Was ik ziek? Moe? Ik weet het niet.
Op zeker moment kwam ze naar mijn bed, en zei: "Maar dan wil je vast nog wel een kusje voor het slapen gaan?"
Ik: "Eh... "
En toen zag ik dat ze heel erg mooi was, en ze was zomaar opeens naakt, en ik weer: "Eh.. nou, dat lijkt me niet verkeerd.."
En werd ik wakker. Verdomme zeg. Maar misschien maar beter ook (voor mezelf), anders had ik het allemaal ook moeten opschrijven.

Het was een hele interessante droom, helaas onthield ik alleen dat simpele feitje, en het laatste stukje van het laatste stuk.
Ik had een relatie met een knappe man, met lang blond haar. Ik weet niet meer wat daar mee was, maar op zeker moment waren we bij een ouder echtpaar, wiens dochter door zelfdoding om het leven was gekomen, omdat ze was gepest door een aantal mensen.
De vader was bezig met een film daarover, en zijn vrouw wees naar de lucht en zei: kijk, dat zou je er ook goed in kunnen gebruiken, past goed bij wat je al gefilmd hebt. We keken net naar de al eerder gemaakte footage, met donkere luchten, rollende wolken, duistere sfeer. We keken allemaal naar boven en zagen daar een spreeuwenwolk, die zich wel heel vreemd manifesteerde: de spreeuwen vormden samen een figuur dat leek alsof er een mens op een steigerend paard zat. Het deed denken aan de vier ruiters van de Apocalyps, maar dan slechts één daarvan, en in de verte hoorden we gedonder.
Toen werd ik wakker.

Een stukje van een stukje uitleg:
Ik had een stukje van een docu gezien eergisteren, over een meisje dat ook door zelfdoding om het leven was gekomen, ook vanwege gepest worden. Ik vond het zo erg dat ik niet verder kon kijken. Ook was er iemand gisteren in de online kennissenkring die het heel zwaar heeft, en aangaf daaraan te denken en die had 113 gebeld - dat verklaart mijn dromen wel.
Voor de duidelijkheid leg ik dat even uit, ik wil niet dat mensen denken dat ik aan zelfdoding denk of zich onnodig zorgen maken. Hoewel ik het afgelopen half jaar dat wel heb gedaan, omdat ik me zo alleen voelde; ik had heel sterk het gevoel dat niemand me wil, en door de nare situatie met pestende mensen rond mijn huis, en allerlei dingen die eerder gebeurd zijn en die daardoor weer boven kwamen. Ik voel me ietsje beter nu, omdat ik ga verhuizen en omdat iemand van mijn geliefden me een lief bericht stuurde, nadat ik lang niets had gehoord; en door diezelfde online kennissenkring, waar ik mee kan praten en die soms hulp aanbieden, en die op allerlei manieren mijn eenzaamheid verlichten. <3

De spreeuwenwolk is ook verklaarbaar: zowel online had ik er een paar indrukwekkende gezien, en gisteren dat ik naar de bouwmarkt liep, zag ik er ook één live. Ik had NB nog getoot over de grote hoeveelheden vogelpoep die uit die wolken komen: hoodies op! (en mond dicht, als je naar boven staat te kijken in opperste verrukking).

Vanochtend vroeg was ik verzeild geraakt in een oud schoolgebouw, het was laagbouw, alleen begane grond. Het gebouw werd voor iets anders gebruikt, maar ik weet niet wat. Veel lokalen waren leeg. Er was een lange gang, met veel deuren, en ook een soort half open patio. Ik moest wachten op mijn vroegere collega Aurdi van de biK, ze zou mij mijn stok komen brengen, anders kon ik niet naar ?
Het duurde en duurde maar, ze kwam niet opdagen, en ik vond dat ik ook wel zonder stok zou kunnen, dan ging het maar wat moeizamer. Toen dacht ik: maar wacht, ik heb toch helemaal geen stok nodig!? Des te meer ik daar over nadacht, des te beter het idee van gewoon weggaan me leek.

OP het moment van weggaan ging de wekker.

Ik was met X in een gebouw, het was een vreemde plek, we zaten op het dak, waar ook een soort open keuken was gebouwd, met dak, waar je zo in kon lopen. We zaten aan een picknicktafel, en aten wat.
Ik vroeg me de hele tijd af, wanneer hij nu de situatie die er is zou bespreken. Waarom was ik hier anders bij hem? Zelf durfde ik er niet zo goed over te beginnen, omdat ik niet wist hoe hij zou reageren. Zou hij dat ook hebben? En dus bleef de conversatie beperkt tot wat uitwisselingen over het broodbeleg en het weer, zoiets.
We ruimden op, hij legde uit waarom er een deksel op het margarinekuipje moest, en dat pindakaas niet in de koelkast moet, nogal overbodige info normaal gesproken, maar ik had het andersom gedaan, waarschijnlijk omdat ik nogal overwhelmed was door de situatie.
Het voelde fijn om bij hem te zijn, maar tegelijkertijd ook verwarrend, omdat wat besproken moest worden niet besproken werd.

Opeens kwam Y er ook bij. Ik vond dat heel erg bedreigend, ze deed ook heel vreemd. X leek ook niet goed te weten wat ze kwam doen. Ze gaf me een biertje, terwijl ik al had gezegd dat ik net wegging. Toen gaf ze het aan X, en kreeg ik alsnog een ander biertje, dat ik dan maar aannam. We gingen van het dak naar een ander dak, dat ging gewoon makkelijk met een afstapje, maar toen liep Y opeens aan de andere kant weer naar een ander dak, waarbij de enige mogelijkheid om daar te komen een dwarsbalk was, die over een groot logo van het gebouw naar het andere gebouw liep. Een soort evenwichtsbalk, geel geverfd.
Y liep er met gemak overheen. Maar ik zag dat totaal niet zitten, met mijn evenwichtsstoornis én hoogtevrees, en er was niets waar je je aan vast kon houden.
X was not amused. Hij leek geërgerd om dat ik niet ben zoals alle anderen, zoiets. Hij zei dat er geen weg terug was, dit was de enige mogelijkheid nog om van dit dak af te komen. Ik barstte in huilen uit, ook omdat ze daar niets over gezegd hadden, en gewoon klakkeloos hadden aangenomen dat ik wel over die balk zou gaan.

Er werden mensen bijgehaald, de architect (… wéér een architect in mijn droom) die moest iets gaan bedenken om mij van het dak af te halen. Ik opperde een hoogwerker, kon niet want het gebouw was te hoog. Een groepje medewerkers van de architect kwam ook kijken, terwijl ik nog steeds in complete paniek daar was. Ze kwamen daar allemaal via de gele balk. X zat nog wel op het dak, hij draaide een soort reuzegroot sjekkie, of was het een joint? Geen idee, ik dacht: 'ik wist niet dat hij rookte, maar misschien draait hij het voor iemand anders'. Hij had zich helemaal van mij gedistantieerd.
Ik vroeg of er dan geen dakluik was – nee, dat was er niet. En waar was dan het af/opstapje naar het andere gebouw gebleven? Ze beweerden dat dat er helemaal niet was. Ik weer: maar hoe kom ik hier dan? Daar wilde niemand antwoord op geven.

Y was niet meer terug gekomen naar dit dak; ze stond nu op het andere dak, wat een soort trapgebouw was, je kon via verschillende routes van het dak af naar beneden lopen via allerlei treden. Ze stond wat lager, met andere mensen, en ze stonden te smoezen, naar mij te wijzen en me uit te lachen. Ik voelde me door haar in een val gelokt. En ik bleef me maar afvragen waarom dan. En ik baalde van mezelf, dat ik niet gewoon meteen weg was gegaan, toen ze het dak opkwam. Waarom had ik dat biertje ook aangepakt? Ik was boos op mezelf, maar besefte ook, dat ik dat had gedaan omdat ik hoopte dat X en ik alsnog over de situatie konden praten en het weer konden bijleggen.

Net op het moment dat ik wilde opperen, dat een helikopter misschien een goed idee zou zijn, hoewel ik helikopters ook eng vind, maar minder eng dan een smalle balk op de hoogte van een hoog gebouw – toen werd ik wakker.

Met allerlei mensen in een gebouw, iemand wilde me een beker melk geven maar ik zei dat ik geen melk meer dronk, en de persoon vroeg waarom, en dus legde ik breedsprakig uit dat ik PDS heb, en dat ik 30 jaar geleden enorme buikkrampen had, en ik eens hoorde dat dat door melk zou kunnen komen, en zo ging ik over op de sojamelk, maar dan wel de variant met de calcium en de B-vitamines en zo meer.
De mensen met wie ik was, deden me denken aan mensen van mijn vroegere middelbare school.
Mijn monoloog werd onderbroken door een jongeman, waarschijnlijk ook iemand van die school, die ons vertelde dat het huis dat we zouden krijgen, al veel eerder werd opgeleverd, dus we waren blij, en gingen meteen kijken hoe het eruit zag. Het huis was ín dat gebouw ingekapseld, als het ware, nogal vreemd. Het gebouw leek wel een beetje op een indoor winkelcentrum, met de roltrap ging ik naar beneden waar dan ook een deel van het huis was, ik ging door een deur en daar was een kleine gang/hal, met een toilet, en toen ik het toilet in ging, zag ik door een kier van een andere deur iets dat op een kleine badkamer leek. Het toilet leek me nogal klein, dus om te testen ging ik meteen even plassen - ik moest toch ook wel erg nodig.

Toen ik zat, bleek dat mijn linkerschouder en bovenarm tegen de muur kwam. Ik deed de deur dicht, toen bleek dat ik met mijn rechterschouder en bovenarm tegen de deur zat: ik zat klem! De toilet was veel te klein. Ik deed de deur weer open een stukje, deed mijn ding en toen ik klaar was vroeg ik me af bij wie ik hierover kon klagen. (schiet me nu achteraf te binnen, dat ik niet eens mijn handen waste! dat is heel erg ongebruikelijk voor mijn doen).

Ik ging het huis weer uit, en liep weer in de grote hal van het gebouw, en ik vertelde het euvel aan een paar huisgenoten, maar die zeiden dingen als dat er niets meer aan te doen was, pech, ze gaan dat toch niet meer verbeteren, laat maar, etcetera. Nogal teleurstellend vond ik dat, want dan moest ik het dus weer gaan opknappen. Terwijl ik daar over nadacht, zag ik opeens de architect met een bekende journalist langslopen.
Ik snelde achter hun aan, en riep de architect, maar ze reageerden allebei niet. Pas toen ik voor ze ging staan en de weg versperde, stopten ze; de architect - een witte man van in de 50, rijk uitziend, grijs krullend haar, met een soort Mondriaanachtige bril - was duidelijk geïrriteerd. Hij was midden in een interview, en wilde niet gestoord worden door het plebs. De journalist had ik horen praten, die leek alleen maar stroop te willen smeren, en geen enkel kritisch geluid laten horen. Zoals zo vaak.

Ik vertelde over de veel te krappe wc, het leek de architect alleen maar te irriteren, maar ik hield voet bij stuk: dat moest verbeterd worden. Hij had zelf toch ook niet zo'n klemsituatie in huis? Waarom moesten wij dat dan wel?
De arrogante kwal bleef maar doorleuteren over bouwtechnische dingen, en dat dit de enige juiste oplossing was. Hij wilde niet luisteren, de journalist leek kolen onder zijn voeten te hebben en wilde doorlopen, en dus duwden ze me aan de kant.
Ik was woest! Wat een klote eikel! Alleen maar omdat wij niet rijk waren, moesten wij op een veel te krappe wc! Dat kan toch niet!
Ik wilde het mijn huisgenoten gaan vertellen, maar opeens was iedereen verdwenen. Er was niemand meer in het hele gebouw.

En toen werd ik wakker omdat ik onwijs nodig moest plassen.

Ik weet niet meer wat er allemaal aan voorafging. Het was wel weer héél vreemd. Het einde al helemaal, zeker dan zonder enige context:
Ik was weer in een compromitterende houding: naast mijn bed, stoel, tafel - alles stond heel dicht tegen elkaar, alsof het in een hele kleine ruimte was, waar ik stond was hooguit 1 m2 ruimte. Ik was bezig mijn onderlichaam te wassen... in het donker, zodat niemand het zou zien.
Nog vreemder was, dat ik meerdere personen was: een oudere man, een oudere vrouw, en ikzelf zoals ik mij soms een soort leeftijdsloze persoon voel.

Zouden die ouderen in mij een soort representatie van mijn ouders zijn?
En over dat leeftijdsloze gevoel: voel je jezelf als zijnde van een bepaalde leeftijd? Ik zag een keer een vraag daarover op social media voorbijkomen, en daar bleek dat de meeste mensen wel een soort idee van leeftijd hadden (meestal jonger), en sommige mensen niet - of die voelden zich als hun echte leeftijd. Ikzelf voel me meer leeftijdsloos; niet specifiek jong of oud - het voelt meer als een tussenvorm die niet in leeftijd is uit te drukken, maar ik zou ook niet weten in welke andere meetbare termen het omschreven zou kunnen worden. Misschien is het meer een optelsom van alle ervaringen, indrukken, gevoelens - dat is wel heel erg veel. Zou je het misschien meer moeten zien als een soort gecomprimeerde 'image' van die optelsom? Of de optelsom zelf wel, maar niet de data die ermee samen hangt? Alleen de metadata?

Er was een blonde jonge vrouw op bezoek. Ik vond haar leuk, maar ze was heel plagerig en dat vond ik niet prettig. Ze gedroeg zich heel druk en bemoeiierig. Ze ging met een klein kind spelen. Ik had iets op de achterkant van de jas van dat kind geschreven, onder de kraag, namelijk 'voorpost' en dan een naam maar die was heel onduidelijk geschreven, en de naam leek ook te veranderen iedere keer dat ik er naar keek of aan dacht wat ik nou eigenlijk geschreven had.

Met 'voorpost' bedoelde ik in eerste instantie iets anders, maar wat dat weet ik nu niet meer. Nadat ik het al geschreven had, besefte ik me dat het als Voorpost een andere betekenis heeft (namelijk de beruchte nazi-club), maar toen kon ik het niet meer weghalen natuurlijk. Ik had het met pen op de jas geschreven: het was trouwens een bruine corduroy jas, met zo’n wolwitte schapenvachtachtige kraag – hoe je daar met pen op kunt schrijven is mij een beetje een raadsel, maar goed – het was maar een droom.
Ik weet ook niet wat ik dan anders kon bedoeld hebben: welke andere betekenis heeft voorpost? Ja, letterlijk, maar waar sloeg dat dan op? Geen idee.

De kraag viel over het geschrevene, maar de blonde vrouw had toch gemerkt dat ik er iets op had geschreven, en wilde het lezen. Dat wilde ik niet, omdat de tekst verkeerd geïnterpreteerd kon worden. Dus ik hield de jas steeds bij me.

Op zeker moment was ik moe van haar geplaag en gedoe, en ik stuurde al het bezoek (er waren nog meer mensen) weg, met de smoes dat ik moest koken. Ik ben trouwens een Nederlander die altijd vraagt of mensen mee willen eten (indien gepast uiteraard – de monteur die om half zes voor m’n neus staat laat ik diens werk doen maar die ga ik echt geen bord eten geven), en in mijn droom was ik me daar ook bewust van: ik gebruikte het doorsnee Nederlander-idee als smoes.
Het leek me beter, dat ze me als domme Hollander zagen, dan dat de tekst op de jas gelezen zou worden.

Even liet ik de jas los terwijl ik kook-aanstalten maakte, om daarmee mijn verzoek kracht bij te zetten. Meteen pakte de blonde dame de jas, die op slag in een dagboek veranderde, en ze begon gretig te lezen. Maar doordat het opeens een dagboek was geworden, las ze nu allemaal zeer privé dingen, en schaamde zij zich, dat ze zo vrijpostig en plagerig was geweest.

Ik had een geel, nog droog, schoonmaakdoekje in mijn hand, en wapperde daarmee zachtjes tegen haar schouder, en zei:
”Nu weet je waarom je moet luisteren als iemand 'nee' zegt.”
Toen schrok ik me een ongeluk van de wekker en woke.

Eind van een droom:
Ik keek naar buiten, daar was een kolkende rivier tot heel dichtbij het huis of gebouw waar ik in was. Een grote zwarte en een even grote cyperse kat stonden boos tegenover elkaar; ze waren veel en veel groter dan in het echt, met extreem gebogen ruggen en dikke staarten. Ze stonden midden in de rivier. Toen de cyperse wegliep, ging de zwarte er woedend achteraan. Ze verdwenen uit mijn gezichtsveld, maar ik hoorde enorm veel gekrijs.
Toen werd ik wakker van deuren die werden dichtgeslagen en gestamp op vloeren, in het hotel waar ik verbleef.

In deze droom was ik in een rare smalle trein - ik droom daar vaker over, en altijd zijn ze raar smal - met vreemde hoeken en doorgangen; op zeker moment was ik samen met een andere vrouw, wie? We waren bij de voorste wagon, maar daar zat geen bestuurder vreemd genoeg, wel een raam, we konden het spoor voor ons zien. We reden door een tunnel. In de verte zagen we vreemde flitslichten; was het brand, vuurwerk? Geen idee, we waren bang.
En toen werd ik wakker.

Dat ik op een heel vreemde trap liep, en opeens stond ik op een enge richel, kon zo naar beneden en ver om me heen kijken, het leek een winkelcentrum maar dan heel erg vreemd.
Andere trapdromen heb ik ook vaak:
Bijvoorbeeld dat ik de weg helemaal kwijt raak in mijn vroegere school, en dan steeds overal allerlei vreemde trappen moet, bijvoorbeeld trappen waar dan een leeg stuk is naar een deur, zodat je heel eng ergens over een gapend gat moet stappen.

OF dromen in een huis, ik weet niet welk huis dat is: het lijkt een grachtenpand? En dat ik dan een trap opga, ook daar weer met een soort vreemde bocht of draai een deur in moet, en dan weer in een ander pand ben, waar ook weer allerlei vreemde trappen zijn.

OF die, waarin ook met trappengedoe, bijvoorbeeld een huis waar ik op de daketage woon, met terras etc. Maar om daar te komen, moet ik via een luik boven de trap, alleen dat wordt steeds smaller, en ik durf er niet meer door want dat gaat heel naar en kut. Of dat ik dan ook daar weer een vreemde verhoging moet overbruggen.

In een klein klaslokaal ben ik bezig met een opdracht in een schrift. Op het buro van de lerares ligt de stapel schriften van de andere kinderen, en een stapel daarnaast die al zijn nagekeken. Van die stapel pak ik af en toe een schrift, en lees de voorlaatste opdracht. Ik zeg tegen haar dat ik dat niet doe om te spieken, maar omdat ik zo graag andermans opstellen lees. Ze vind het goed, en wijst me op het schrift dat ik in mijn handen heb en zegt: die moet je zéker lezen dan.
Dus ik sla het schrift open bij het opstel, er zit geen foto van de jongen bij, maar in mijn gedachten zie ik hoe hij eruit ziet. Lang en wat slungelig (want puber), knap, bruin halflang golvend haar, hij lacht lief. Bij het opstel heeft hij twee foto's geplakt. Wat heel vreemd is: dat lijken wel foto's van mijn eigen ouderlijk huis! Ik vraag me ook af, hoe hij aan de linkerfoto komt; die is duidelijk van mijn hand. Heeft hij misschien mijn website gelezen en de foto daarvan gekopieerd? Vreemd.

Inmiddels ben ik ook al volwassen weer.Ik bestudeer de foto's intensief. De rechter foto klopt niet: er zitten vreemde voorzetramen overal, dat hadden wij toch niet. De linker foto lijkt er meer op, en ik kijk door het raam naar binnen, de deur staat open en ik sta opeens in de kelderkeuken, die mij vaag bekend voorkomt, maar eerder van een film dan vanuit mijn eigen verleden. Het is wat grauwig, wel groot, en ik zie meteen mogelijkheden voor interieurverbeteringen. Mijn grootouders hadden niet zo'n keuken in de kelder, mijn ouders ook niet. Waar ben ik dan?

Dan zijn mijn ouders er, en een klein kind, misschien mijn broertje? Mijn moeder is moe en gaat naar boven om te slapen. Mijn vader en broertje gaan naar buiten, mijn vader zegt dat ik buiten kan zien of dingen kloppen. Als ik ook naar buiten ga, vraag ik of ze wel een sleutel bij zich hebben, maar mijn vader zegt, dat dat niet uitmaakt. Ik leg nog uit, dat mijn moeder de bel toch niet kan horen als ze slaapt, maar broertje trekt de deur al dicht. Verder onderzoek levert niets op, en dus ga ik snel weer naar binnen, maar... heb geen sleutel. Als ik aanbel, wordt er niet meer open gedaan. Mijn vader en broertje zijn verdwenen. En ik word wakker.

Misschien kwam het omdat ik de buren over me had horen praten, o.a. dat ik de hele dag achter mijn computer zit, en dat ik me afvroeg hoe iemand dat weet - word ik begluurd, of luistert men de hele dag naar mijn huiselijke bewegingen, of komt het door mijn gerammel op het toetsenbord? En dat het dus sublimatie is van de boosheid die ik over dat geroddel heb, want ik had in mijn boosheid nog gedacht: dan ga ik komende tijd lekker heel hard op mijn toetsenbord toetsenisten! (wat ik niet doe, ik doe gewoon wat ik altijd doe).
Die gedachte heeft ongetwijfeld een rol gespeeld in mijn erotische droom.

Wat eraan vooraf ging, weet ik niet meer. Maar ik lag in een wat leek woonkamerset, alsof het zich afspeelde in een Engelse kustplaats; het leek ook op een filmset. Er stond alleen een bed in de kamer, en daar lag ik op, onder mijn dekbed. Naast me lag een toetsenbord, een beetje onder/tussen het dekbed.
Opeens kreeg ik een enorme behoefte om lekker hard op die toetsen te gaan typen, en zo geschiedde.

Of het nu het geluid was, het gedempte getokkel, of het gevoel van de bewegende toetsen - who knows? Maar iets daaraan wond me op, en ik stroopte mijn shirt op, en trok mijn slip en broek naar beneden, en legde het toetsenbord op mijn huid. Ik duwde mijn onderlichaam omhoog, en terwijl ik met links de toetsen bleef beroeren als een accordeonist, vingerde ik mij met rechts, terwijl het personeel gewoon door de kamer liep.
Een jongeman glimlachte welwillend, toen ik riep: Film dan, film het! en liep langs het bed naar achteren.

Tot een hoogtepunt kwam het niet, want ik werd wakker van... de buren, waar een vreemd gescharrel bij de muur naast mijn slaapkamer een tijd aanhield. Ik had het vreselijk warm, verhoging nog waarmee ik eerder vroeg die avond mee naar bed was gegaan.

Nu ik hier braaf op mijn toetsenbord dit stukje zit te typen, is dat best wat bevreemdend nu.

Naschrift: Iemand vroeg me, wat de droom mij zegt, en of het toetsenbord misschien een bepaalde betekenis heeft.
Ik denk dat het iets te maken heeft met me willen bevrijden van de burgertruttigheid, van het moeten voldoen aan allerlei normen waar ik niet aan kan voldoen. Het geroddel en gedoe over en om mij, dat momenteel van allerlei kanten lijkt te komen, zie ik als een symptoom van dat burgerlijke; het voelt alsof mensen mij in een soort gareel willen houden (zelfs degenen die daar ook mee worstelen of tegen zijn, doen daar aan mee - blijkbaar hebben ze het zelf niet door).
Het toetsenbord is als een 'wapen' daartegen; door te schrijven houd ik mij nog enigszins staande, het geeft me houvast en een reden om door te gaan.

Naschrift 2: Een vreemd toeval gebeurde: lees het hiero.

Met een aantal mensen waren we op weg naar een feestje, ergens in een troosteloze flatwijk. Het duurde vrij lang voordat we het vonden, en toen bleek er niets te zijn op het adres. Dus gingen we weg.
Helaas herinner ik me niet meer wat we gingen doen, het was iets met een hotel en ingewikkeldheden (misschien ook geïnspireerd door Berlin). Na veel gedoe besloten we toch nog eens bij het feest te gaan kijken, dat inmiddels al uren in volle gang bleek te zijn, gezien de grote hoeveelheid brallende mensen (allen wit, jong, studentikoos) en dat was niet echt ons ding, dus liepen we verder. En werd ik wakker.

Dat ik met persoon X in bed lag, vraag me niet hoe we daar kwamen - en hij was heel verdrietig, zo erg dat hij begon te huilen. Ik vond dat zo erg, dus probeerde ik hem te troosten, en voor ik het wist waren we aan het zoenen.
Wat op zich vreemd was, was dat ik tegelijkertijd mezelf was (zoenende) en ook iemand buiten mezelf, die ons zag zoenen. Waardoor ik denk, dat deze zoenactie geheel geïnspireerd was door het seizoen Berlin van La Casa De Papel, die ik tot kort voor het slapen gaan keek, en waarin vooral op het einde allerlei zoenscènes waren.

Met een aantal anderen was ik in een klein klaslokaal. Er waren twee deuren, beide op slot. Naast deur 1 waren ramen die op de gang uitkeken. Deur 2 was de deur waar we doorheen moesten of wilden. Ik weet niet wat daarachter was, maar het was nogal noodzakelijk. Alleen: hoe kregen we de deur open?
Bovenaan de deur zaten 2 scharnieren, of iets wat daarvoor door moest gaan, en daar moest iets mee om de deur te openen. Dachten we.
Achteraf gezien leek het wel een soort mini-escaperoom, maar dan niet voor fun, maar voor het echie.

Via de ramen konden we voorbijgangers op onze opgeslotenheid attenderen. Opeens stond er een vrouw van middelbare leeftijd IN de afgesloten ruimte. Hoe was zij binnengekomen? Geen idee, maar ze had de sleutel van de deur waar wij doorheen wilden.
Ik klom met de sleutel op een stoel, om te kijken hoe die dan bij die scharnieren moest gefixed om de deur te openen. Dat was onmogelijk. Ik probeerde het eroverheen te krijgen - ging niet. Misschien moest ik het er tegenaan houden, als een soort magneetgebeuren? Ook dat had geen resultaat.
De middelbare vrouw vertelde dat zij het ook niet wist, stapte vervolgens door die deur en deed die weer dicht... Konden we er nog niet uit!
WTF! Hoe kon zij dan door die deur, en wij niet? Waren we te onwetend, zagen we niet wat er was.. het was onbegrijpelijk.

Eigenlijk net zo als mijn IRL belevenissen.
Wilt u weten hoe het afliep? Ik ook, maar ik werd wakker van iets - ik weet niet waarvan, en lag daarna 3 uur wakker.

Ik weet niet waar ik was, ergens in een kamer, een blonde jongeman zat op een stoel en vertelde mij over dat het hem opviel, dat hij nooit meer veel geld of kado- of boekenbonnen kreeg, maar kleine prutskadootjes. Opeens zat er een andere jongeman, van Aziatische afkomst, maar ook hij begon even over dit onderwerp, en ik wilde reageren maar hij blééf maar doorbabbelen en afdrijven naar zovele onderwerpen, totdat ik een gebaar maakte met mijn armen om hem te onderbreken; ik had een wierookhoudertje in mijn hand, en daarmee raakte ik per ongeluk een glazen beeldje dat op een tafeltje stond. Ik schrok enorm, en vroeg of het een erg duur en bijzonder iets was, en hij zei: "Ja, dat is echt wel mínstens 100 euro!" en ik bood meteen aan om hem terug te betalen, maar meteen daarna zei hij lachend, dat het maar iets van 5 euro had gekost, en dat ik niets hoefde te betalen, het was niet erg.

Daarna vertelde ik hem over dat meer mensen het dus was opgevallen, dat er alleen nog maar kleine flutkadootjes werden gegeven, maar opeens werd ik uit mijn droom gewekt, en hoorde een stem vlakbij mijn oor: "Do I have a heart? I can feel it..." en ik schrok ervan. Wat was dit? Er was toch niemand in mijn huis?
[omdat dit geen onderdeel van de droom is, verwijs ik voor verdere informatie over deze vreemde ervaring naar Vandaaggedachte (9):21, daar kunt u verder lezen]

Vanochtend vroeg liep ik naar het strand vanaf mijn nieuwe huis, en ik wist nog niet precies welke strandafgang ik nemen moest, en kwam zodoende opeens terecht bij een soort binnenmeer, met een klein inlands strandje erbij en ik schrok, want ik herkende het uit een droom. Dat is best een vreemde gewaarwording. Ik weet niet wanneer ik het droomde, dat is alweer minimaal een aantal (?) jaar geleden.

De droom begon zoals ik in die tijd vaker droomde, over een bepaalde route die ik wilde fietsen, maar iedere keer vergat ik waar het was. En soms was ik er opeens, maar dan wist ik niet meer hoe ik er gekomen was. Dat soort vreemde vaagheden. Ik weet nu ook niet waar die route precies is in het echt, of het überhaupt bestaat. Ik denk het wel, maar misschien is het een mix van verschillende dingen door elkaar? Geen idee.

De route voert richting duin en strand. In deze droom kwam ik uiteindelijk wel in de duinen terecht, het was er huge en uitgestrekt, het was een beetje eng, want er was helemaal niemand, en een enorm bos doemde donker en zwijgend omhoog. Ik weet niet meer waarom ik daar was, ik ploeterde voort op zoek naar ? (ja, ik weet het, fijn vaag allemaal).
Na een lange tocht door deze wat enge duinen, kwam ik dus bij dat meertje met strandje uit. Er was ook een soort boulevard in de buurt (in het echt niet), en vanaf het hotel waar ik misschien verbleef, liep ik naar het strandje. Ik ging daar - net als vele anderen - ook zonnen, maar ik vond het helemaal niets, en vertrok weer.
De rest van die droom weet ik niet meer.

Ik ben zover ik weet nooit bij dit stuk strand geweest; ben er wel langs gefietst ooit, maar die weg loopt een heel stuk verder, vanaf daar had ik het nooit kunnen zien. Het enige dat nog mogelijk is, is dat ik er misschien eens met schoolreisje geweest ben, en dat verder geheel vergeten ben. Of dat het gewoon toevallig lijkt op elkaar, dat kan ook nog. Of dat ik voorspellende dromen heb.

Ik was in een raar huis, het leek meer een atelier, met aan de achterkant van de kamer de keuken op een verhoging. Veel winkelramen aan de voorkant. Ik was nog met X, was inmiddels ex en we gingen uit elkaar. Eén van ons was spullen aan het pakken. Opeens was X van twitter daar ook, hij steunde mij, zat heel relaxed op die verhoging, en zei:
“Het komt allemaal goed, maak je geen zorgen.”
Hij pakte mijn hand, ik begreep niet waarom, wat hij daarmee moest (awkward i moment as usual). Maar hij wilde gewoon mijn hand vasthouden, verder niets. Ik dacht: 'goh wat heeft hij eigenlijk mooie ogen, uitkijken dat ik niet verliefd op hem wordt. Of toch?'
Verder weet ik het niet meer, of werd wakker.

Diezelfde ochtend las ik op twitter dat hij en zijn partner uit elkaar gingen. Ik heb (uiteraard) niets verteld over deze droom. We verloren elkaar uit het social media oog.

In een openbaar toilet, met minstens 20 anderen (in een soort carré), rug aan rug, op de wc gezeten, allemaal ons ding doende.
Opeens laat ik een knetterharde scheet, een natte ook nog, en terwijl ik poep – kan het niet tegenhouden – keert iedereen zich naar mij om, én tegen mij: “Hoe kún je! Dat dóe je toch niet!” in afgrijzen.
Later, als ik alles opgeruimd heb (?), me dood schamend, komen er een viertal mensen naar me toe, die zeggen dat het heel normaal is, en dat die anderen gewoon dom zijn, niks aan de hand. -- Story of my (our) life?

Kort voor de droom zag ik een afl van Keuringsdienst van Waarde, die ging over schimmels of bacterieën die xanthaangom produceren.

Droomde vanochtend over een vrouw die iets deed met schimmels, gebruikte ze als eten of zoiets. Haar tuin was de broedplaats.
Haar haren waren grijzig bedekt, evenals haar wenkbrauwen en ogen, waarover een spinnenwebachtige waas van zilvergrijs rag was, waarachter heel ver weg nog stukjes van haar ogen glinsterden.
Was ze al volledig blind?

Ik weet de hele droomcontext niet meer, maar heb onthouden dat ik ergens in de droom een klein meisje knuffel en vasthoud, en haar zeg dat ze veilig is bij mij, en dat ik van haar houd.

Pas dagen later realiseerde ik me, dat dat meisje ikzelf was als klein meisje.

Na een operatie - ik lag nog in het ziekenhuis, waar het slecht slapen is: allerlei piepjes en alarmen maken je steeds wakker, ook van je zaalgenoten uiteraard én van jezelf. En dan ook nog eens alle fysieke ongemakken, pijnen, slangen en apparaten waar je aan ligt. En dat is dan 's nachts; overdag is het een continu komen en gaan van verplegend personeel, artsen in grote groepen, bezoek, nieuwe patiënten. Je komt niet echt aan rust toe, paradoxaal genoeg. In mijn geval leidde dat tot een vreselijke, bijna delirische toestand, die ik maar aan het dromenrijk toevoeg.

Het was nacht, ik werd wakker en voelde me niet lekker. Ik had het idee dat mijn middenrif op een afgrijselijke manier was losgemaakt, en mijn lichaam dus uit twee delen bestond. Waarschijnlijk had dat alles te maken met dat mijn onderlijf door middel van een ruggeprik verdoofd werd gehouden, en dat werd langzaam afgebouwd, terwijl de paracetamol werd opgebouwd; misschien begon ik langzamerhand meer te voelen, dat dat deze vreemde gewaarwording tot stand bracht. Ik probeerde rustig te blijven, maar ik kan je verzekeren, dat dat vrij lastig gaat als je zulke dingen voelt.
Gelukkig kon ik nog wel bedenken dat ik de verpleging moest bellen, maar helaas kwam er een vrij nors type, die niet echt goed was in communiceren met iemand die in complete paniek is. Ik probeerde rustig te doen en het uit te leggen, zij besloot dat er met de arts gebeld moest. Die wilde niet komen, en adviseerde een zetpil van het één of ander, geen idee wat het was. Echter, ze vond het niet nodig te praten (wilde de andere patiënten niet wakker maken), dus ik had geen flauw idee op dat moment. Ik had mijn bril niet op - duh - en ze zei niets, maar hield iets blauws voor mijn gezicht.
Wtf. Dus ik, nogal irri, vragen wat ze in godsnaam voor mijn gezicht hield. Het was een blauwe handschoen, die ik aan moest en pas toen ze een pil in mijn hand duwde, snapte ik de bedoeling van dat alles.
Het is ook nogal lastig, als je half verdoofd bent, én in een soort van geagiteerde angststaat, om dan jezelf een zetpil toe te dienen. Ik kon me nauwelijks bewegen... door heen en weer te schommelen lukte het me op mijn zij te komen, dat ding erin, en ik viel weer terug. Ik had geen idee of ik goed gemikt had, btw.
Handschoen uit, die gooide zij weg en ze vertrok weer, na te zeggen dat ik gewoon rustig moest blijven liggen.
En dat zeg je dan tegen iemand die gedeeltelijk verlamd is door verdoving... mijn god.
Ik lag daar, moest huilen, en voelde toen tot overmaat van ramp nattigheid toen ik met mijn armen langs mijn lichaam lag. Wat de fuk was dat dan? Ik weer bellen. Zelfde norse nurse:
"Tja, u heeft de katheter eruit getrokken. U moet ook rustig blijven liggen!"
Omg. Wat een toestand. Dat was natuurlijk gebeurd toen ik die zetpil erin moest zien te krijgen en mezelf moest omdraaien...
Gelukkig was de katheter er niet uit, maar die was losgeschoten op een verbindingsstuk, dus dat kon weer vastgezet, bed verschoond (weer een heel gedoe), ergens ging weer een alarm af, bedburen irri enzovoorts enzovoorts.
Toen de rust was weergekeerd, begon de zetpil - misschien was het een slaappil, of een rustgevend middel? - te werken, ik zweefde ergens tussen droom en werkelijkheid. Ik zag mijn bedbuurvrouw in haar rare babydoll door de zaal lopen, ze deed de gordijnen open en de zaal baadde in een oranje gloed van vroege ochtendzon.

Toen ik wakker werd, (of was ik dat al of nog of misschien ook niet? Ik bedoel: wat is werkelijkheid) en de bedbuuf zich zeer indirect beklaagde over mijn nachtelijke gedoe (...), vroeg ik haar of ze uit bed was geweest en de gordijnen had geopend. Nee, dat had ze niet.
Ze droeg overigens wel babydolls... maar laat ik daar verder mijn mond over houden.
Ik bedoel: alsof míjn ziekenhuisoutfit nou zo tof was. Toen ik eindelijk weer kon lopen, en op een nacht naar de wc schuifelde - daarvoor moest ik de zaal uit, en via de gang was ik dan zichtbaar voor de verpleegkundigen - hoorde ik een verpleegkundige vragen of er nou een man bij de damesafdeling rondliep. Eh... nee, dat is die mevrouw van zaal huppeldepup. Ooooooooooo (zacht gelach).
Wat droeg ik: een gestreepte pyamabroek (voor dames, overigens), en van die opoe-pantoffels - je weet van die geruite dingen met harde zool - en dan nog een blauwe ochtendjas (van het nogal aftandsgoedkope type, dat ik zelf had opgeleukt met een bloemige knalroze kraag). Waarschijnlijk zat mijn haar ook raar... ik weet het niet, ik had even wat andere dingen aan mijn hoofd: hoe kom ik zo veilig mogelijk, zonder te kotsen of in te storten, bij het toilet?

Een herhalende droom over een geheel houten zolder.
De zolder is waarschijnlijk in het ouderlijk huis. Iedere keer dat ik daarover droom, droom ik dat er een deurtje achter in de zolder is, waardoor je naar een bij-zolder kunt gaan. Maar iedere keer dat ik er doorheen wil, blijkt dat het deurtje kleiner en kleiner wordt.
Ik weet niet of het me ooit gelukt is er doorheen te komen, ik denk van wel.

Pas een jaar geleden of zo, realiseerde ik me, dat niet het deurtje kleiner werd, maar ik juist groter...

Ik weet de droom niet meer goed. Alleen dat ik droomde van X en zijn vrouw, ze hadden mij uitgenodigd op de verjaardag van hun kind, en dus ging ik daar langs met een kadootje. Ik weet het verdere verhaal niet meer, maar nog wel dat ik dacht: zal ik dat aan ze vertellen (we volgden elkaar, idem als zijn vrouw), maar ik was bang dat ze zich ongemakkelijk zouden voelen daardoor.
Het vreemde vond ik, dat het in die hele droom allemaal zo vertrouwd en prettig voelde. Terwijl ik ze nog nooit in het echt had ontmoet.

Pericle? Droomde ik over vanochtend: was een NL rapper, gek blond haar, guitig hoofd, knulletje.
Gezocht op internet, maar bestaat niet. Wel iets als Pericles, maar zag er vaag en nep uit.
Misschien dat ik het op een foto (of in docu) zag met graffiti?

Ik droomde vannacht dat ik mijn oor van mijn hoofd kon losmaken, even kon schoonmaken en het er weer op terug kon zetten. In de oorschelp zaten wat zwartrode stukjes, dacht eerst dat het stukjes dode vlooien waren, maar het was geronnen bloed.

Droomde dat ik dizzy was en ik stond bovenaan een ijzeren steile trap (niet zo’n enge doorkijk, maar een gesloten met van dat visgraat motief). Er stonden verschillende mensen (ik weet niet wie), dus ik dacht: ik kan ze beter om hulp vragen, gewoon eerlijk zijn, en je laten helpen door mensen, dat willen ze toch (hah geleerd op netwerkcursus – dat droomde ik er ook enigszins bij).
Dus ik vroeg ze me te helpen bij de trap (er zat denk ik geen leuning), omdat ik duizelig was.
Meteen kwam iedereen in actie, maar meer als een stel kippen zonder kop, waardoor ik uiteindelijk nog steeds alleen bovenaan de trap stond, terwijl zij allemaal druk dingen aan het doen waren, maar wat? Vnl. door elkaar heen kakelen, en heen en weer rennen.
Toen werd ik wakker.

Om circa half 5 klaarwakker. Had een droom, maar heb alleen nog soort gevoel, weet niet meer precies waar het over ging. Het ljikt wel steeds zo te gaan: zodra ik ergens bij wil komen, lukt het niet. Moet ik maar niets willen. Maar hoe kan je iets niet willen?

Werd vannacht koortsachtig wakker, en dacht: Meiknecht… ik moet een verhaal schrijven over meiknecht, op z’n Nick Cavesiaans. Geen idee, dus gegoogeld. Kwam namen tegen uit de Civil War (burgeroorlog). Weird.

Opeens klaarwakker, na een maffe droom vol zoektochten op stations, en bellen van het kastje naar de muur. Net echt….

Ik droom er af en toe over, de stegen waar ik vroeger doorheen liep vaak, in mijn jeugd, en later. Ik heb er eens foto's van gemaakt, maar die kan ik niet vinden. Misschien moet ik eens terug naar die stegen van mijn jeugd, en later.

In een dagboek uit 2008, lees ik eerst een uitgebreide beschrijving van fysieke klachten (die ik vreemd genoeg wel vaker heb, zelfs laatst tijdens en na een mogelijke corona-infectie), met daarna een korte droombeschrijving: "Lichte verhoging ook weer, vannacht/vanochtend vroeg was het denk ik erger/hoger, gezien de uitputtende repeteerdromen; ik moest tekeningen van waar het pijn deed invoeren in Adlib, maar omdat het steeds weer opnieuw pijn deed, moest ik het continue opnieuw doen, ik werd er gék van."

2 uur ‘s nachts. Waarvan ik wakker werd weet ik niet. Later hoorde ik treinen toeteren. Ik heb een rotgevoel in mijn borstkas, dat ik vaker heb als ik zwaar verkouden ben. Ik herinner me mijn droom gedeeltelijk.
Ik werd opgesloten, samen met meerdere andere meiden, in een aftands jongerencentrum. Er bleek dat we ons pas zondag hadden moeten melden, maar ons was vrijdag gezegd, en nu waren er nog geen goede voorzieningen. Men zei, dat het zo beter was voor de kinderen.
Aan het eind van deze bizarre droom hield ik het huilende gezicht van een klein meisje met krullen tussen mijn handen. Ik zei: “Had je het maar gezegd! O schatje, als je het eerder had gezegd, hadden we wat kunnen doen! Och, durfde je het niet te zeggen?”
Later had ik het idee, dat ik zelf dat meisje was toen ik heel klein was.

Een schets in potlood van een 6- of achthoekig gebouwtje van 2 verdiepingen, beneden openslaande deuren, aan een rivier of een kanaal, met aan de overzijde ook nog wat panden zichtbaar, in een dagboek. Met de aantekening: "mijn droom huis (gelegen aan t Y of de Maas of zoiets; oud pand, fabriek ooit of zo)."

Beschrijving in tekst.

Een kleine schets van vier verschillende wolkvormige koeienhuiden, met daarboven de tekst: Vanochtend gedroomd over wolken van koeienhuid (zwartbont)

Beschrijving in tekst.

Naast een beschrijving van de film 'Das Leben der Anderen' maakte ik notitie van dat ik 'zelfs nog gedroomd heb over de Stasi-afluisteraar (HGW/KK77 ?), oftewel Wiesler.'
Verder staat er niets over wat ik gedroomd heb, maar ik weet dat nog wel een beetje: ik droomde dat hij me kwam vertellen dat ik moest rusten omdat ik heel erg ziek was. Hij legde heel zorgzaam een dekentje over me heen, terwijl ik op de bank lag.

Wiesler werd gespeeld door Ulrich Mühe, die 22 juli 2007 overleed aan maagkanker. Op 10 juli zag ik de film, er staat niet bij wanneer de droom was maar het lijkt alsof dat kort daarna was, want een paar bladzijden verder gaat het dagboek verder op 14 juli. Het kan ook, dat ik het er later bij heb gezet. Want, bij verder lezen blijkt dat ik op 25 juli op Teletext lees, dat Mühe overleden is. Ik schrijf verder:
"Het vreemde is: ik droomde verleden week, of iets daarvoor, maandag of dinsdag? dat ik ziek was, en hij maakte voor mij een soort bedje op de bank klaar."

Wat mysterieus! Vooral achteraf, omdat een paar jaar later bleek dat ik ook kanker had; ik had al een tijdje klachten, die in 2010 nogal verergden, maar door druilorige doktoren die geen onderzoeken wilden doen, werd het pas veel later, begin 2012, ontdekt.

Tijdens mijn middagdutje droomde ik, dat ik op een soort strand uitkwam, na een wandeling waarvan ik dacht dat ie naar huis ging. Eerst leken er allemaal mensen te liggen, maar bij nader inzien waren het stenen. Veel stenen. Het zand leek wel bijna zwart soms. Kinderen speelden er met hun soldaatjes, inderdaad het juiste, grimmige landschap dat daarbij past (associatie met Hotel Modern?).
Ik liep door het rare landschap, op zoek naar de beste plek voor de mooiste foto, een paar duinen leken bergen, Rocky Mountains die weer gezichten werden. Er dreunde iets. Een aantal keer. In een soort ouderwets strandhuis hoorde ik muziek, en ging naar binnen. Ook van binnen was het er oud en vervallen. Een bochtige gang, allemaal deuren en trapjes. Ik opende een deur, en in het kamertje daarachter zat een levensechte pop die meteen een heel verhaal begon. Het was dus een soort museum annex poppentheater! Er werden ook beeld- en geluidsfragmenten bij gebruikt. In een andere kamer hoorde ik nu duidelijk harde muziek en gedreun. Ik gluurde even om het hoekje, echt té harde muziek, donkere concertzaal ofzo.
Toen werd ik wakker.
En even later zag ik deze foto in de krant:

Een krantenfoto met een man in pak, die glimlachend kijkt naar een andere man in een licht spijkergoedpak of werkkleding die met een roze robot aan het dansen is. Het onderlijf van de robot is gevormd als een halfronde baljurk. Achterin staat nog zo'n pop, maar dan in blauw. Het bijschrift bij de foto:'De Japanse hoogleraar Kazuhiro Kosuge (links) monstert de bewegingen van dansrobots. Foto Yves Gellie / Corbis'. Met pen heb ik op de onderrand genoteerd (VK 1 april 2007)

De theaterassociatie is niet zo vreemd, want het project waaraan ik 9 maanden had meegewerkt bij het Theater Instituut Nederland was net de week daarvoor afgerond.

Een aantekening in het dagboek, naast een ingeplakt briefje met tekst:"(liedje dat ik zong in een droom, op de wijs van 'Please to meet you / Sympathy for the devil')". De tekst op het briefje is moeilijk leesbaar, waarschijnlijk in een staat van halfslaap opgeschreven.

"Ik ster Delany / Zeg me wie je bent / (please to meet / (ouchoe oo cute fan) / ouch oe)".

Dromen zijn toch vaak zeer interessant, zeker vanwege de meest bizarre associaties en metaforen. Vanochtend droomde ik iets, weet niet meer de hele context, maar ik kwam (met Ex) terecht in een soort sekte, die de hele tijd punaises in mensen hun billen of rug of arm prikten.
Aan de punaises zaten piepkleine (uitgescheurde) stukjes papier, waarop één of meer namen stonden geschreven; dat was/waren dan de afzender(s), die om één of andere reden je pijn wilden doen.
Later, toen ik al een uur wakker was, zag ik opeens de connectie: punaises - to punish.

Vannacht/vanochtend vroeg rare droom, waarin ik, samen met Pam en Renee (heten ze zo, 2 zangeressen van *Caravan Stage Company?), een lied zong, en wel:
I can stop to buy a building.
Terwijl we ergens in een grote straat in Amsterdam waren. Leek wel een soort musical, met rappers die rapten en breakbeatten etcetera. Echt heel vreemd, ik wees daarbij lachend naar een groot gebouw verderop, alsof ik dat ging kopen. Raarrr.
Daarna kon ik niet meer slapen, had het liedje de hele tijd in mijn hoofd. Inmiddels weet ik het wijsje niet meer.

*De Caravan Stage Company was het theatergezelschap, waarmee mijn toenmalige geliefde op tournee was, per boot.

Ik droomde van de week zeer interessant: iets over dAL hormon systems. En de 9 (10, 12, 20?) verschijningsvormen van ijs, in beeld gebracht door een soortgelijk iets als de Hubble telescoop (denk aan de beroerde eerste beelden van een soort gasvorming of zo? in de ruimte), maar dan dus onder water. Zou op zich kunnen, sneeuwkristallen hebben honderden verschillende vormen.

Er is een schetsje van 'fase 9' van de verschijningen toegevoegd:

Een snel schetse in blauwe pen-inkt van een soort hoekig stuk ijskristal, met meerdere laagjes, op een dagboekpagina.

Als ik nu google op 'dAL hormon systems' krijg ik allemaal links naar informatie over dopamine, en sex hormones...
In het dagboek een aantal dagen later een ingeplakt artikeltje, 'Het diepste ijs', waarbij ik schrijf dat het me sterk doet denken aan de droom. Het beschrijft ijsboringen door onderzoekers; het diepste ijs dat ze opboorden van een diepte van 2.774 meter, is (was?) waarschijnlijk 900.000 jaar oud. Ik citeer (helaas is het niet te vinden op Delpher):"Het ijs bevat luchtinsluitsels die informatie geven over de vroegere samenstelling van de atmosfeer."

Helaas geen beschrijving van de droom zelf:
"Ontwaak net uit de zoveelste koortsdroom, interessant toch wel, wat voor weirds er tussen waken en slapen naar de oppervlakte komt gedacht. Nu even een poging doen me nest uit te komen, het liefste lig ik heel stil, kijk een beetje naar buiten naar de boom en droom weer verder."

Met ex-collegae van me gingen we in een groot appartement of zo overnachten. Iedereen ging met matras 'gezellig' bij elkaar in een grote, maar zeer lelijke, kamer. Ik daarentegen keek verder rond (en dan de neus lang is), vond een hele mooie, rustige, witte, lege kamer, met mooi plafond etc. en sleepte dus mijn matras daarheen. Ex-collegae in rep en roer... "Waarom blijf je niet hier gezellig slapen?!" etc. Ik dacht: zeikerds...

In het Frans gedroomd, lees ik in een dagboek uit 2005. Helaas staat er niet vermeld, wat ik dan precies droomde.
Hoe ik aan dat Frans kom? Op de lagere school volgde ik extra Franse les, 's ochtends vroeg; op de middelbare school moest ik als spijbelstrafwerk vaak Franse boekjes vertalen, ik ben vrij vaak in Frankrijk geweest, en Matthieu (de over-agressieve man met de losse handen) was Franstalig. Misschien had ik naar iets Franstaligs gekeken op tv of film, en had dat het één en ander getriggerd.

Na diverse omzwervingen liep ik terug naar huis (het leek op het straatje bij Super). Toen ik door dat straatje wilde lopen, bleek het afgesloten, er was wel een soort opening, maar daar pasten alleen kinderen door. Er kwamen een paar verklede kinderen uit, ze keken me aan en ik dacht: 'Kijk nou, wat schattig en leuk verkleed!'. Daarna ging ik linksaf, maar ook daar bleek het afgesloten te zijn.
Of nee, toen ik naar de man die erbij stond liep, deed hij een hele grote deur open en stroomden er allemaal mensen naar binnen en ik kon zodoende naar buiten. Het bleek dat ik uit een museum ging, en ik voelde me wel wat trots, het leek nu net of ik de beroemde kunstenaar was die daar exposeerde.

Toen ik verder liep, bleek ik niet buiten, maar in een parkeergarage te zijn. Ik liep de richting op waarvan ik dacht dat het de uitgang voor voetgangers was. Ik moest eerst nog langs allerlei beveiligingsbeambten achter balies. Ik had iets bij me dat in een krakerig plastic tasje zat, en daar keken ze nogal naar. Maar omdat ik naar buiten ging (ik dacht nog: 'O jee, straks denken ze dat ik een terrorist met een bom ben die ik hier in de garage dump) letten ze niet meer op me.

Er was een zeer kleine, lage deur met een pijl die naar buiten wees. De uitgang! Toen ik op de pijl stond, ging het deurtje open, maar het leek meer op de opening van het nachthok van een kleine katachtige, dus ik durfde daar niet doorheen. Het leek ook wel of je dan in een soort dierentuinhok terecht kwam, waar je dan nog uit moest klimmen.
Ik dacht: 'Laat maar, dit is mij te eng.'
Ik liep dus weer terug (zag nog een zelfde soort uitgang naast die andere, maar dat leek me ook niets), en langs de beveiliging zag ik nog een uitgang (dacht ik). Dit was een raar soort valluik (elektrisch). Ik had gezien dat iemand anders er door paste, dus ik dacht:'Dan moet dat mij toch ook lukken!'
Het luik stond nog open, dus ik ging op de grond zitten, met mijn benen er doorheen. Maar omdat ik bang was dat het luik naar beneden zou gaan zodra ik er doorheen wilde, drukte ik even op het gele knopje ernaast, om te zien wat er dan zou gebeuren.

Shit, het luik ging omlaag en door nogmaals op het knopje te drukken, stopte het echter niet. Ik kon nog net op tijd mijn benen er onderuit krijgen.
Toen begreep ik echter wel hoe het werkte, dus ik drukte op de knop en wachtte tot het luik helemaal open was. En... terwijl ik toch nog ietwat angstig (het was best een kleine opening) er doorheen gleed, ging opeens een glazen deur ernaast vanzelf open en het luik ging verder open en kon ik opstaan en er gewoon zonder problemen door lopen! Ik blij en ook wat verwonderd!

Toen bleek ik echter weer in het museum te zijn, ik kwam terecht in de werkplaatsen, waar ontwerpers, kunstenaars en personeel rond liepen en aan het werk waren. Er stond een kapstok met allerlei rare petjes, en ik dacht later (toen ik wakker was):'Daar past mijn muts ook wel bij.' Misschien hing ie er ook wel? Dat weet ik niet meer. Maar ik voelde me er zeer thuis en toen werd ik wakker.

Ik droomde dat ik een seconde was, en ging dus iedere keer weer dood - met alle pijnen van dien, en werd ook iedere seconde weer geboren, met weer een heel andere soort pijnen. Of de tijden helemaal klopten, dat heb ik niet kunnen nameten, maar het was uitermate intens en zeer vermoeiend, en ook best wel eng want er leek geen einde aan te komen. Waarschijnlijk had ik koorts, dan droom ik altijd over dingen die zich maar blijven herhalen.

Ik was heel lang verliefd op iemand, we hadden een soort vage iets met elkaar. Op zeker moment had hij opeeens een ander, ze woonden al snel samen, en nog wel schuin tegen over mij, dus dat was voor mij nogal moeilijk. Gedurende een langere periode droomde ik eens in zoveel maanden over hen.
In de eerste droom ging ik bij ze op bezoek. Het huis was helemaal van hout. De buitenkant, en als ik naar binnenkeek was binnen ook alles van hout, voornamelijk ongelakt sinaasappelkistenhout, zoiets. Okee, de gordijntjes waren niet van hout, verder leek het huis leeg.
Er werd niet opengedaan, en ik droop af.

De tweede keer dat ik over hen droomde, maanden later, werd er weer niet opengedaan, maar kon ik wel in hun achtertuin, en de deur stond op een kier, met een haakje. Ik vond het niet netjes om dan binnen te gaan, maar ik keek wel even of ze misschien in de woonkamer zaten. Ik zag het houten interieur ook daar, en in de keuken. Daarna ging ik weer weg.

Inmiddels waren we in werkelijkheid een jaar verder, en in de derde droom was alleen de man er, hij liet me het huis in en ik zat daar in de woonkamer met hem. We praatten niet, en ik stond snel weer buiten – ik kan me nu niet meer herinneren waarom.

Daarna droomde ik zeker driekwart jaar niet meer over hen. Tot de vierde, en (tot nu toe – het is al lang geleden dat dit gebeurde) laatste droom van de serie: weer ging ik bij hen op bezoek, en eerst was het huis nog van hout, maar toen ik binnenkwam was het gewoon zoals in werkelijkheid. Ze waren er allebei, en we dronken koffie en praatten wat over koetjes en kalfjes. Het was heel rustig en goed en daarna ging ik weer naar huis.

Later realiseerde ik me, dat mijn onderbewustzijn me op deze manier had geholpen met het accepteren van hun relatie. Of andersom: dat het acceptatieproces door mijn onderbewustzijn in deze vorm werd gegoten. Hoe dan ook, ik vond het wel heel bijzonder.

Ik loop door een bosachtige laan, met aan beide kanten dikke bomen. Achter iedere boom staat een man, ik kan niet goed zien wie het zijn, af en toe lijk ik ze te herkennen. Waren het vroegere liefdespartners, vriendjes, vrienden-met-voordelen? Ik weet het niet goed meer. Aan het einde stond ook een boom, daarnaast stond mijn vader.

Toen ik die droom net gedroomd had, had ik meteen het idee dat het ging over dat mijn vader een soort model was waarnaar ik mijn liefdespartners koos. Waarmee ik niet zeg dat dat ook daadwerkelijk zo is. Er kunnen ook allerlei andere interpretaties aan worden opgehangen.
Misschien zijn dromen er om je iets uit te leggen, in de zin van dat je daadwerkelijk dan ook zelf erover nadenkt, niet dat je een kant-en-klare betekenis doorkrijgt. En waarschijnlijk is dat dan, om je te helpen je ervaringen te verwerken. Wat alleen niet echt gaat werken, als je ze steeds weer vergeet door stress en wekkers en weet ik veel wat.

"Matthieu had me ook weer eens zo'n belachelijke brief geschreven:"Ik hou zoveel van je bla bla bla". Ja ja en een foto van hem en één van mij. De brief en zijn foto heb ik dus verscheurd.
Prompt die nacht droom ik weer van hem. Al de vierde keer een zelfde soort droom. Raar hoor! Ad Visser kwam er trouwens ook in voor."

Het enige dat ik me nog meen te herinneren is dat mijn vader me wakker maakte (in de droom), en dat ik sinaasappels moest plukken, of had geplukt, en dat ik ze zo goed kon ruiken, heerlijk en heel wonderbaarlijk vond ik dat later, toen ik wakker was en me afvroeg hoe dat kon, dat je zoiets zo sterk kon ruiken terwijl je slaapt.

Met mijn klasgenootjes speelden we bij een stromend beekje, mijn lievelingsjuf was er (ik denk dat ik een beetje verliefd op haar was) en ik zat een stuk verderop in het lage water en keek naar hoe dat over de keien stroomde, en hoe er diertjes in en mee spoelden. Ik moest opeens zeer nodig plassen, en bedacht toen dat dat best kon, hier in zo'n watertje, en dus liet ik mijn plas lekker gaan.

Om daarna wakker te worden in een zeiknat bed.
Voor uw geruststelling: dit is een droom die ik droomde toen ik een jaar of 6/7 was, in de tweede klas zoals dat toen nog heette, nu groep 4. En nee, inderdaad, bedplassen doen de meeste kinderen niet meer op die leeftijd. Ik denk dat het dan ook een éénmalig iets was, maar dat weet ik niet zeker. En ja, opvallend veel dromen gaan over plassen of poepen; ik heb daar eens over nagedacht, en ik denk, omdat je meestal wakker wordt omdat je moet plassen of poepen, ergens tegen het ochtendgloren, en dat dat meespeelt in de laatste droom die je had voordat je wakker werd, en die onthoud je dan net.

terug naar boven

DateTime: 2023 dec 27, 11:18 CET
LatestEdit: 2024 apr 23, 11:07 CET
Auteur: Mulder

Tags:
 dromen 
 psychologie 

  
Categorieën:
 De Droom Files (overzicht) 

© 2023-2150 hannah celsius